Selecteer een pagina

Ik kijk niet heel fanatiek naar de Olympische Spelen. Ik wil er best voor gaan zitten hoor, voor zo’n tien kilometer op de schaats, maar langer dan vijf minuten trek ik het gewoon niet.

De televisie staat wel aan trouwens. Ondertussen rommel ik wat in huis, haak of brei een warm dekentje, bak een appeltaart of maak alvast een planning voor de dag van morgen.
Maar dan, als de wedstrijd voorbij is, dan laat ik alles subiet uit mijn handen vallen en ga ik vol spanning op het puntje van de bank zitten.

Het interview na afloop!

Beroepsgroepen

Kijk, iedere beroepsgroep spreekt een andere taal. Over kantoortaal is al veel gezegd en geschreven. Vooral managementgoeroe’s hebben er een handje van.  Nu we het er toch over hebben: mag ik alsjeblieft even mijn gal spuwen over mijn allerergste woord?

STUKJE

Wie heeft ooit bedacht dat dít woord lukraak voor zo’n beetje ieder zelfstandig naamwoord geplaatst kan worden?

Een stukje taart eten. Ja. Logisch. En lekker. Maar:

Een stukje geluk bieden?
Een stukje verantwoordelijkheid nemen?
Een stukje kennis overdragen?

Weet je wat het mij geeft? Een groot stuk ergernis, zonder de verkleinende ‘je’ erachter.

Sporten is oorlog

Maar… er is één beroepstaal waar wat mij betreft nog veel te weinig over gezegd en geschreven is. Of valt het niemand anders op? Luister jij wel eens goed naar wat die sporters eigenlijk echt zeggen? Vooral na afloop van een wedstrijd?

Het lijkt wel oorlogstaal!
Ze benaderen hun tegenstanders als grootste vijand. En die vijand, die moet KAPOT!
Die vijand, die wordt ook niet bij naam genoemd. Ze hebben het meestal over ‘DIE NAAST ME’ als ze het over hun tegenstander hebben. Maar geloof me, ze weten niet alleen hoe ‘DIE NAAST ZE’ heet, ze weten ook precies hoe ‘DIE NAAST ZE’ zich in een wedstrijd gedraagt. Ze hebben ‘DIE NAAST ZE’ namelijk urenlang vooraf bestudeerd, jarenlang!
En er is nog iets anders: sporters slapen of rusten niet, zoals wij.
Nee, sporters PAKKEN rust…
Ik ben dol op sporters en hun taalgebruik en ik heb hun meest geweldige uitspraken voor je verzameld.

Ireen, Lotte, Daphne, Kika en Epke

Ireen Wüst is mijn favoriet, lees maar mee wat zij er allemaal uitgooit:

  • Ik had wel grote spanning
  • Helemaal KAPOT gaan van de spanning
  • Ik had veel rust GEPAKT
  • De FOCUS ligt volledig op de Spelen (let op FOCUS 1e keer)
  • Bij de kruising moest ik een slag laten lopen…
  • Jezus moet ik het met deze benen doen

Dan Lotte van Beek… daar wil je echt geen ruzie mee krijgen:

  • Misschien gaat DIE eerder KAPOT dan ik…
  • Je wil hem doorstampen
  • Opladen naar die wedstrijd toe
  • Ik kwam die laatste baan gewoon niet door
  • Ik had nu zulke benen staan….

Daphne Schippers is ook een lekkertje, dit zei ze na de laatste zomerspelen:

  • De FOCUS lag op DIE naast me, om DIE zo snel mogelijk te PAKKEN. Ha! Goed zo Daphne, pak ze!

Kika van Es heeft zo haar eigen voetballersvocabulaire:

  • Maakt niet uit wie d’r scoort, t’is gewoon heel erg fijn dat zij (Vivianne Miedema, de spits) die goal naar BINNEN PRIKT…

Epke Zonderland, is een beetje een uitzondering:

  • Heel veel focussen
  • Waarschijnlijk zat ik goed in de flow en goed gefocust
  • In een flow en gaan
  • Ik kan gewoon lekker op de flow gaan

Het taalgebruik van Epke is een stuk (…) minder gewelddadig. Dat kan verschillende oorzaken hebben:
Zijn tegenstander zit hem tijdens het turnen niet op de hielen. Of, hij is gewoon heel erg gek op flow.
Wat ook meespeelt: hij hoeft niet buiten in barre weersomstandigheden te presteren. Want van kou en ijs kun je behoorlijk grumpy worden. Maar er is nog iets dat het verschil in taalgebruik tussen bovengenoemde sporters en Epke kan verklaren:

Epke-is-een-man.

Toch vind ik het raar. Epke zou toch juist de jager moeten zijn?
Ireen, Lotte, Daphne en Kika, het zijn vier prachtvrouwen met prachtlichamen. Ze kunnen zo’n beetje alles.
Maar als ik naar ze kijk vermoed ik dat het in werkelijkheid lieve schatten zijn.  Ik denk dat ze daarom extra hard hun best moeten doen om de tegenstander angst in te boezemen. Met stoere en klare taal.
Ik hou ervan! Ze inspireren me. En weet je wat ik ga doen? Ik ga zo een STUKJE fietsen en ik ga ze PAKKEN, allemaal!
DIE NAAST ME, DIE ACHTER ME EN DIE VOOR ME.

Wat is jouw favoriete sportersuitspraak?

 

[Photo by: Charles Deluvio]